WONEN IN ITALIË – Inluiden van de zomer
Het is boodschappendag. Op die dagen rijd ik van hot naar her. Vaak van het ene dorp naar het andere. Ik begon vandaag in Ceva, doel: de kantoorboekhandel waar ze bijna alles verkopen. Maar op z'n tijd neem ik natuurlijk een pauze voor een cappuccino.
Ik ging op een terras onder de 'portici' zitten. Aan een lange tafel naast mij zat een uitgelaten groep jongeren hun laatste schooldag te vieren. Zestien, zeventien jaar oud. Meisjes allemaal met lang haar en één met een hoofddoek. De jongens allemaal in halfkorte broek en t-shirt.
Van de ober werd heel wat gevraagd, de meeste bestellingen betroffen niet alleen koffie maar gingen vergezeld van allerlei speciale brioches- of focaccia-wensen (graag die met mango en aardbeien!). O ja en ook nog een flesje water.
Af en toe verscheen er een leeftijdgenoot in het straatbeeld die met applaus werd verwelkomd (examen achter de rug?). De ober lachte toegeefelijk tegen me: "Mooie herinneringen mevrouw." Ik kon ze wel knuffelen, zo jong en puur en met al hun gegiechel en gestoei, zo helemaal zichzelf.
Tenslotte gingen ze allemaal afzonderlijk afrekenen in de bar en ontstond er een rij waar voorlopig niemand langs kwam. "Vakantie?" vroeg ik een meisje. Ze knikte stralend. Verderop in de straat zaten de terrassen ook vol met middelbare scholieren. Zo'n laatste schooldag, het begin van je vakantie, wie herinnert zich dat niet als een dag van volmaakt geluk?
Nog één week en dan gaan ook de lagere scholen dicht en is de zomer echt begonnen. Ik heb er al iets van meegekregen, allereerst het warme weer natuurlijk, maar ook dienden de eerste logé's zich bij me aan.
Na mijn zusje twee hartsvrienden uit Amsterdam. Ze kwamen op een middag rond vijven aan. Ik zat in de tuin en had hun auto niet gehoord. Opeens hoorde ik wat gestommel en kwamen ze vanuit de keuken het terras op. Ze waren door de voordeur binnengekomen en door het huis naar de tuin gelopen.
Ik was verrast, ook omdat ik iets vreemds aan ze zag. Eén van de twee had een ijsmuts op tot over zijn ogen. "Wat is er met jou?" vroeg ik, voorbereid op een voor mij tot dan toe verborgen gehouden ziekte. Maar het viel mee. Ben vond het de gewoonste zaak van de wereld om als bescherming tegen de zon met een muts op rond te lopen.
We hadden met z'n drieën hele fijne dagen.
Reden door de heuvels vol jong groen en wijnterrassen. Aten heerlijk in Barbaresco en Cherasco en dronken tot laat grappa op mijn terras.
De zomer betekent warmte, hele dagen buiten zijn in de tuin waar opeens bloemen beginnen te bloeien waarvan je niet eens wist dat je ze had en veel jam maken om de onwaarschijnlijke hoeveelheden kersen en aardbeien te verwerken. En natuurlijk de dorpsfeesten! Ieder dorp heeft zijn jaarlijkse feest meestal als het oogsttijd is van het produkt van de streek.
Zo langzamerhand ken ik die 'fiere' wel. Straten vol stalletjes, folkloristische muziek en dans en veel, veel mensen. Italianen trekken er ieder jaar weer massaal op uit om de fiera van de paddestoelen, de kekererwten, de aardappelen (Mombarcaro!), de prei, de truffels, de pompoenen etc.etc. te bezoeken.
Ik ga alleen nog naar de leukste 'fiere' zoals bv. komend weekend het Rozenfeest in Bossolasco. Of later in de zomer in Murazzano waar je mee kunt doen aan een lopend buffet dat door het hele dorp slingert. En daar is ook altijd een goeie band.
Hier in het dorp was afgelopen week een eerste bijeenkomst van de organisatoren van 'ons' feest, het aardappelfeest (het blijft suf klinken), eind juli. Ik hoorde dat de overheid na de brand in Crans Montana de veiligheidsregels zo heeft aangescherpt dat het de vraag is of het feest nog wel in z'n huidige vorm gehouden kan worden.
De 'fiera' van Niella Belbo viel dinsdag letterlijk in het water. In de middag trok er een zware onweersbui over met regen en hagel. Toen ik om zes uur Niella uit reed leek het op sommige plekken wel of het gesneeuwd had. Ook in Murazzano en Bossolasco waren grote brokken ijs naar beneden gekomen.
Bij mij thuis lag alleen mijn gloednieuwe parasol ondersteboven in het bloemenperk.
Maar hij staat alweer. De zomer kan beginnen.


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

