WONEN IN ITALIË – Leven en dood

Woensdagmiddag om half drie beginnen de klokken te luiden. Ze beieren op een speciale manier. Het zijn doodsklokken. Ze kondigen aan dat iemand in het dorp is overleden. Ze luiden deze keer voor Nando Braida, die lieve Nando die nu toch, 95 jaar oud, is overleden.

Vijf jaar geleden lag hij met covid in het ziekenhuis. Wat waren we blij toen hij het had overleefd! Hij was de vriendelijkheid zelve. Hij was ook de enige man die met het aardappelfeest in de keuken stond om mee te helpen gnocchi te maken. Zijn vrouw, Bruna, bakte dan voor ons, harde werkers, een taart.

Heel Mombarcaro is donderdagmiddag op de begrafenis. Het condoleren gebeurt hier tussen de bedrijven door. Als Bruna de begrafenisauto uitstapt, verdringen de mensen zich rondom haar. Ik zie haar verdriet en voel bij mezelf ook tranen opkomen.

Zo'n begrafenis brengt altijd je eigen verdriet naar boven.

En toch was het een vrolijke week. Mijn zusje kwam logeren! Door allerlei omstandigheden, zoals covid en dochters die moesten bevallen, was ze hier nog maar één keer geweest.

Ik had haar komst goed voorbereid. Het huis was schoon, het tuinmeubilair geschilderd, de borders onkruidvrij, de ijskast vol. Op de dag van haar aankomst heb ik de bloembakken nog met geraniums gevuld.

Toen ze mijn tuin binnenstapte, stond ik net in mijn moestuin de doperwten op te binden. Het duurde niet lang of we zaten op mijn terras te borrelen. Ik had ook een programma voor haar gemaakt.

Zo gingen we zaterdag naar Mondovi. Eerst de markt over en dan met de 'funicolare' naar de oude bovenstad. Zondag 'Lele', bij al mijn logé's is de trattoria een begrip. Je wordt er ondergedompeld in een Piemontese 'pranzo' waar geen eind aan lijkt te komen.

Niet alleen kaas na, maar ook nog eens drie toetjes. Tenslotte koffie, met een fles grappa of limoncello ernaast. Tot barstensvol toe vol en half aangeschoten schuifel je naar je auto om voor de rest van de middag tot niets meer in staat te zijn.

Maandag was ik jarig. We gingen vroeg de deur uit. Ik vond het dorp Roccoverano wel een mooi doel. Annemie was er nog nooit geweest en er is een leuk restaurant met terras waar je lekker kunt eten. Onderweg dronken we koffie in Cortemilia met cannoli vol chocolade en crème.

Ik had tegen een vriendin van hier gezegd, toen ze vroeg of ze m'n zus nog te zien kregen, dat ik maandag wel een aperitief bij de bar zou komen drinken want dat ik dan ook jarig was.

Toen ik aankwam met Annemie zat een hele club me op te wachten. Ze waren het weekend naar het Alpini-feest in Genua geweest. Daar hadden ze een koffiepotje voor me gekocht in Alpini-stijl met een hoedje met een veer erop.

Ik vroeg Daniela ze allemaal wat te drinken aan te bieden en even later kwam ze ook nog met bladen vol hapjes. Het werd een gedenkwaardige avond die ik niet gauw zal vergeten.

Met een kleine kater vertrok ik met mijn zus de volgende dag naar Turijn. Annemie logeerde als jong meisje bij een Torinese familie en ze wilde graag de stad met de plekken waar ze een herinnering aan had, nog eens terugzien.

Dus veel gelopen, buiten gegeten en met moeite onze auto weer gevonden in de parkeer-garage. Een claustrofobisch labyrint, waarin ik niet snel zal terugkeren.

Annemie vertrok de volgende ochtend om zes uur terug naar haar huis in de Bourgogne. Uitgezwaaid door haar zuster in rode peignoir en de haren stijl op haar kop.

Over ruim een week komen er weer logé's, hartstikke leuk, ik verheug me! Maar tot die tijd ga ik de cannoli eraf lopen, gezond eten en even geen drank...

  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.