WONEN IN ITALIË – Wolven
Met stevige pas loop ik over het pad van de Buchere, een heuvelrug tussen Mombarcaro en San Benedetto Belbo. Ik heb om half vier een koffie-afspraak met twee lieve Duitsers die aan het eind van dit pad wonen, maar ben veel te laat.
En de wijntjes, de vin santo en de grappa die ik op heb, werken ook niet mee. Ik kom net van een gezellige lunch met een vriendin en haar man. We hebben in trattoria Ferrante haar verjaardag gevierd.
Zeven voorgerechten, de pasta heb ik overgeslagen, gefrituurde ansjovis en profiteroles na. En dan nog al die drank. Geen wonder dat ik moeizaam vooruit kom. Ik wilde perse lopend naar deze afspraak om nog een beetje iets gezonds te doen.
Rolf en Marlene staan me grinnikend op te wachten. Ze wisten van mijn feestelijke lunch. Eenmaal bij hen aan tafel sla ik drie zwarte koffie achterover.
Na het uitwisselen van een paar koetjes en kalfjes komt het gesprek op een onderwerp dat, net als in Nederland, de gemoederen hier steeds meer bezig houdt: de wolven.
Het aantal roedels wolven neemt snel toe. "Weet je dat Ilario gisteren vier wolven heeft gezien?" vertelt Marlene. Vorig jaar zomer zijn al negen roedels geteld, hoeveel welpen zouden er dit jaar bijgekomen zijn?
Ik hoorde deze week bij de kruidenier in Niella Belbo dat ze daar 's nachts een wolf door de dorpsstraat hadden zien lopen. "En alle jonge hertjes worden opgevreten" vulde een klant aan.
Ik moet zeggen dat ik de laatste tijd ook niet meer zo prettig loop als ik van m'n route langs de provinciale weg afwijk. Je weet dat ze daar ergens achter het struikgewas zijn, toch geen lekker idee. Ik ben benieuwd of de provincie hier iets aan gaat doen.
Afgelopen week toen ik 's avonds door de heuvels naar mijn koor reed, stak opeens een jong hert de weg over. Ik stopte en zag dat het dier bleef staan en omkeek. Ik deed m'n raampje open en begon een beetje onnozel tegen hem te praten.
Zodra hij (of zij) m'n stem hoorde, stoof het beestje weg. Enfin, er huppelen dus toch nog wat jonge herten rond.
Bezorgd kijk ik naar m'n poezen. Ze zijn opeens hele nachten buiten. Dat komt omdat het niet koud meer is en er overal jonge katjes rondlopen. Het speelt en vecht met elkaar dat het een lust is.
Ik doe 's avonds laat af en toe het buitenlicht aan om te kijken of er al een wolf door m'n tuin loopt. Ik verwacht het niet, er lopen biefstukjes genoeg voor ze door het bos. Denk aan de zwijnen.
Opgewekt ben ik deze week aan m'n tuin begonnen. Droge takken en uitgebloeid spul wegknippen, mollenkorrels (geen gif!) strooien, fruitbomen oliën, de moestuin omspitten.
Het zou wel eens een spannende zomer kunnen worden.
Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.