WONEN IN ITALIË – Wintergekeutel
Het gaat sneeuwen. Ik kijk er niet naar uit. Op het land smelten de laatste dotjes kerstsneeuw en nu kunnen we dit weekend opnieuw een lading verwachten.
Daar komt nog bij dat m'n hout bijna op is. Dom, dom, dom, maar ik heb te weinig hout besteld. De kachel brandt dag en nacht door, dus de houtstapel verdwijnt in hoog tempo.
Ik had geen zin om hulp te vragen en had er ook geen zin in dat iemand hier weer een berg hout zou komen storten. Toen ben ik naar het Punto Agrario in Dogliani gegaan.
Daar verkopen ze zakken met hout voor vijf euro per stuk. Je had me daar gisteren moeten zien vertrekken in m'n Panda. Tot aan m'n nek tussen de zakken hout. Heb tien zakken meegenomen.
Dat lijkt veel, maar het hout is hard en droog en brandt snel op. Over een week zal ik weer moeten gaan. Het voordeel is dat alles gewoon binnen staat en ik niet iedere keer naar buiten hoef om hout te halen.
Afgezien van een verkoudheid kom ik deze winterperiode goed door. Ik lees, ik teken en maak m'n huis gezellig. Afgelopen vrijdag had ik voor wat vrienden een stamppotavond georganiseerd.
Er gebeuren geen wereldschokkende dingen maar het leven is hier best aangenaam.
De zondagsmis is ook zo'n vast punt in de week. Zondag werd de mis speciaal opgedragen aan Delfina, de moeder van Giuglio, acht jaar geleden overleden. De hele Biestro-familie zat in de kerk.
Iedere week worden tijdens de mis enkele overledenen herdacht. De familie van die overledene komt dan van heinde en ver om de mis bij te wonen. Het is dan ook geen wonder dat de bar na de mis altijd zo vol is.
Grazia heeft al twee keer een mis laten opdragen waarin mijn moeder werd herdacht. Vreemd en ontroerend om Don Corrado haar naam te horen uitspreken.
Over drie weken is het carnaval. De inschrijving voor het carnavalsdiner is al begonnen. We kunnen niet te lang wachten, drong Grazia gisteren aan, anders is het vol. Het feest is ieder jaar weer een geweldige happening.
En zo verglijdt de winter. Gistermorgen, toen ik naar Dogliani reed, keek ik over de met rijp bedekte heuvels. De zon probeerde door de mist heen te dringen en kleurde alles roze.
En of ik nu boodschappen doe in Ceva of in Dogliani, ik kom altijd bekenden tegen. En dan is het vaak, zoals gisteren met Guido en Silvia, even samen koffie drinken, bijkletsen en weer door.
Vanmiddag kwam Giorgio langs om z'n geld op te halen. We dronken een biertje voor de kachel. Ondertussen bespraken we de plannen voor de tuin voor de komende zomer.
Grazia zei gisteren dat ik in de tweede helft van februari al uien, knoflook, tuinbonen en wortels kan planten. Nog even geduld...


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

