WONEN IN ITALIË – Parochie-uitje
De eerste jaren dat ik hier woonde, ging ik nooit mee met het jaarlijkse uitje van de kerk. Het leek me zo duf en saai, maar daar ben ik dubbel en dwars van teruggekomen. Een paar jaar geleden vroeg Carla, de koster, me of ik en mijn Duitse vriendin niet een keer mee wilden gaan.
Ze wilde wat vers bloed bij het vaste gezelschap. Mijn vriendin had zich notabene uitgeschreven bij de katholieke kerk, maar dat was geen probleem. Wij gingen mee en hadden echt een mooie dag.
Eén van de leuke kanten van het parochie-uitje is, dat wij buitenlanders nooit op de lokaties die bezocht worden, gekomen zouden zijn. Vaak zijn het verborgen schatten, zoals ook vandaag, zo zal nog blijken.
Om zeven uur vanmorgen stond Grazia al voor de deur. Samen wandelden we naar het vertrekpunt waar al een stuk of zeven vrouwen in het bushokje stonden te rillen. Het was vroeg en fris maar het zou een mooie dag worden.
De bus kwam voorrijden met twee chauffeurs nog wel. Meteen bij het instappen deed zich een probleem voor. Bijna iedereen wilde voorin zitten. Allemaal klaagden ze over dreigende wagenziekte als ze achterin moesten zitten.
Er ontstond een opstopping. Eén van de oudere vrouwtjes ging gewoon bij Assunta op schoot zitten, die al een stoel vooraan had bemachtigd. Ik en nog een paar vrouwen gingen naar achter en het probleem was opgelost.
Na een koffiestop kwamen we aan bij de ochtendbezienswaardigheid die we zouden bezoeken: de Basilica di San Giovanni Bosco in Morialdo. Een imposante moderne kerk, van binnen grotendeels van hout en gespeend van alle kostbare tierlantijnen waarmee de meeste r.k. kerken zijn aangekleed.
Een Spaanse broeder Salisiaan leidde ons rond en vertelde ons over het leven van Don Bosco. Ik wist er eigenlijk weinig van. Nooit geweten dat hij zich vooral inzette voor straatjongeren en dat er over de hele wereld duizenden scholen en organisaties zijn die in naam van Don Bosco's ideaal opereren.
De kerk heeft een heel bijzonder orgel, het instrument heeft meer dan 3000 pijpen. Volgens koster Carla is het het grootste orgel ter wereld. Een bijzonder moment was toen onze broeder iets op het orgel ging spelen. Wat een geluid....
Inmiddels zaten we met knorrende magen te luisteren. En dat is ook zo fijn van het parochie-uitstapje, er wordt altijd goed gegeten. Na een zoveelste plaspauze, stapten we in de bus en gingen we naar het restaurant.
We kwamen in een echt volksrestaurant terecht. Een grote eetzaal, bomvol etende mensen. Op het eerste gezicht meest werknemers die de lunch daar gebruikten. Wij streken er ook neer en lieten ons verwennen.
Voorgerechten, ravioli, vlees en boontjes, chocoladepudding, koffie en een karaf met rode wijn. Na de maaltijd liet de kok zich zien en we gaven hem een gul applaus.
Voor het middagprogramma gingen we naar
de abdij Santa Maria di Vezzolano, voor mij een volkomen onbekend heiligdom. Maar bij aankomst viel m'n mond bijna open van verbazing.
Daar temidden van een appelboomgaard stond een werkelijk schitterende romaanse kerk met klooster. Met binnen ook nog fresco's die me aan de Cappella degli Scrovegni in Padua deden denken.
We liepen als ganzen achter Clara aan die op internet een audio-beschrijving had gevonden. Ik zei tegen haar dat als deze abdij in Toscane gelegen had hij zeker beroemd en veel bezocht zou zijn. Zo zijn er in Piemonte zoveel onbekende parels, antwoordde ze.
Het was tijd om naar huis te gaan. We bestegen de bus weer en die zette zich in beweging naar Mombarcaro. Na wederom een plaspauze bij een bar begon de bus echter kuren te krijgen. Zodra we moesten stijgen, kwam hij bijna niet vooruit.
De chauffeur zette hem dan even stil, deed de verlichting binnen uit en hup daar ging hij weer. Dit herhaalde zich een paar keer. "Dadelijk moeten we nog duwen" zei Rosa grinnikend. Maar we haalden het en keken terug op een werkelijk mooie dag.


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

