WONEN IN ITALIË – Ongeduldig
Overal gele primula's. In de bossen tussen de bomen, langs de wegen, op de taluds, in mijn tuin. Kondigen in Nederland krokussen, sneeuwklokjes en blauwe druifjes het voorjaar aan, hier is het overduidelijk de primula.
Een Nederlandse kennis die hier sinds zes weken woont, vertelde verrukt dat ze wilde orchideeën in haar tuin had gezien. Zo volgt iedereen met argusogen de voortgang van het voorjaar.
Het lijkt wel alsof we nog nooit zo naar de lente hebben uitgekeken als dit jaar. Ok, we hadden sneeuw en een paar weken was het behoorlijk koud, maar vergeleken met de winters van vroeger stelt het weinig voor.
Ik heb me laten vertellen dat dat winters waren, waarin de sneeuw tot aan mijn dakgoot kwam en dat er vanuit Mombarcaro een ski-lift naar beneden liep. Ik ben blij dat me dat bespaard is gebleven.
Ik heb namelijk een gloeiende hekel aan sneeuw en kou. De lente komt eraan en het kan mij niet vlug genoeg gaan. Ik sta te trappelen om in de tuin aan de slag te gaan, maar word door mensen die het kunnen weten, afgeremd.
"Eerst moet de aarde opdrogen Cri, als ie modderig is, en je zaait, komt er niks op."
Er heeft natuurlijk wekenlang een pak sneeuw gelegen. Maar inmiddels hebben we al zoveel zonnige dagen gehad, morgen barst ik los.
Dan zaai ik uien, knoflook, tuinbonen, doperwten en rode sla in mijn splinternieuwe moestuin, die Giorgio op de zonnigste plek van mijn tuin heeft aangelegd. In de oude moestuin die onder de fruitbomen lag, zaai ik gras in.
Één ding heb ik al wel gedaan: de mollen weggejaagd. Opgegroeid met Momfer de mol van de Fabeltjeskrant, wilde ik ze niet dood maken. Iemand raadde me aan wat olie in de gangen te gieten. Van alleen de lucht zouden ze al op de loop gaan. Overal waar ik met een stok heel diep de grond in kon, heb ik een beetje olie in het gat gegoten. We zullen zien.
Ik had ook een zakje met wortelzaadjes gekocht. "Mevrouw worteltjes!!! Daar is het veel te vroeg voor. Die moeten de warmte van de mei-zon voelen" barstte de jongeman van de boerenbond uit.
De zaadjes zitten nu in bakjes die ik op de vensterbank van de logeerkamer heb gezet, achter het raam waar de zon doorheen schijnt. Tien jaar hier en nog steeds doe ik maar wat. Ik voel me een ontzettende amateur.
Behalve de primula's steken ook andere zogenaamde onkruidplantjes overal hun kopje op. Hier naast de keukendeur een prachtige rose-paarse "onkruid"-plant die ieder jaar terugkomt.
Het boerenland zindert van de activiteit. Het is misschien overdreven om te zeggen dat je meer tractoren dan auto's voorbij ziet rijden, maar het zijn er wel veel. Boeren rijden naar hun land. Ze snoeien en maken de aarde klaar voor het zaaigoed.
Er heerst ook veel bedrijvigheid die te maken heeft met de schade aan de bomen. Langs de wegen werken mannen van de verschillende gemeentes met allerlei soorten hijskranen om de vele afgebroken takken en soms complete bomen op te ruimen. De sneeuw heeft veel schade aangericht.
In mijn eigen tuin is een deel van de vijgenboom afgebroken. Daar zal Giorgio aan te pas moeten komen, want die tak in m'n eentje wegslepen, lukt me niet.
Morgenochtend begin ik dus. Ik trek m'n oudste troep aan en begin met het snoeien van de rozen. Dan moeten de fruitbomen met olie worden bespoten tegen insecten en parasieten, uitgebloeide takken moeten worden afgeknipt. M'n handen jeuken...


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

