WONEN IN ITALIË – Nederlanders
Nederlanders kopen hier het ene na het andere huis. De afgelopen maanden heb ik zelf al drie Nederlandse stellen leren kennen die hier in de buurt zijn komen wonen.
Leuke mensen, zo eind veertig, begin vijftig, niks gehoord over kinderen. Ik stel me zo voor dat ze alle zes hun leven nog graag een wending hebben willen geven voordat ze daarvoor te oud zouden worden.
Door deze blog komen ze vaak bij mij terecht, nodigen me uit en ik, nieuwsgierig als ik ben, ga overal een kijkje nemen.
Afgelopen zaterdag was ik in Bagnasco. Dat ligt ongeveer een half uur hier vandaan. Eenmaal in Bagnasco reed ik op aanwijzing van de 'navigatore' het dorp uit, de wildernis in. Over een brug, linksaf, een provinciale weg, weer linksaf, een modderig pad, hobbel de hobbel en dan opeens een prachtige boerderij. Midden in de 'campagna'.
Ik kwam bij Tjerkje en Bert uit Kollum Friesland. Leuke hartelijke Friezen, één en al positiviteit. Ze hebben een grote hond meegenomen en twee poezen.
Hun huis is goed bewoonbaar en heeft veel mogelijkheden. In Friesland hadden ze een camping met pluktuin en werkte Bert in de bouw. Ze hebben nog geen idee wat ze hier gaan doen om geld te verdienen en daar maken ze zich ook niet druk over.
Een heel andere situatie vind je bij Harry en Martine. Die hebben een tijdje geleden een B & B overgenomen. Het zijn ook Friezen en ze werken heel hard om hun bedrijf uit te breiden en leuke initiatieven voor hun gasten te verzinnen.
De nieuwe 'residenti' zijn allemaal enthousiast over hun contact met de omwonende Italianen. Stuk voor stuk hebben ze al nieuwe vriendschappen gesloten en willen ze zo snel mogelijk Italiaans leren.
Het is ook wel eens lekker om als 'verwende' westerling te kunnen klagen over de ongemakken waar je hier tegenaan loopt. Vooral over het warm houden van het huis, nu we een echte winter hebben. Voor sommigen de eerste winter hier.
"Ben jij nou ook de hele tijd met die kachels bezig?" vroeg een vriend me. Ja, zeker, hout en pellets halen, kachel leeghalen en schoonmaken, vuur in de gaten houden, bijvullen.
"Ik snap niet dat de mensen hier ook nog tijd hebben om te werken" zei Ettore schertsend. "Wij zijn alleen maar met die kachels bezig".
Vanmiddag bij de Cartalibreria in Ceva liep een Nederlandse moeder met haar drie kinderen door de winkel. Ze zochten schriften en pennen. "Vraag zelf maar" zei de moeder tegen haar zoontje.
En welja, in vloeiend Italiaans deed ie zijn bestelling. "Die zitten hier op school" zei ik. De moeder knikte lachend. Ook zij sprak een aardig mondje Italiaans.
Zo langzamerhand kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de Nederlanders zich hier in Piemonte in groten getale nestelen.
Niet alleen voor de vakanties maar ook permanent. Het moeten er natuurlijk niet te veel worden, je emigreert niet om weer tussen je landgenoten terecht te komen, maar ach, het is ook wel gezellig.


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

