WONEN IN ITALIË – Nagenieten
Vier dagen terug. Alles is weer gewoon. Net alsof ik nooit ben weg geweest. Het leven in Mombarcaro kabbelt rustig voort.
Overbuurman Guglio is geopereerd aan staar en cafékat Botolo die maanden zoek was, is teruggevonden. Dat is het wel zo'n beetje.
Meteen na thuiskomst ga ik langs bij Guglio en Grazia. Guglio zit met een zonnebril op aan tafel. "Je lijkt wel een filmster" zeg ik. Hij grinnikt en laat zich lekker vertroetelen door Grazia die redderend rondloopt.
Ik drink een espresso met ze en geef Grazia de zak 'orecchiette' die ik voor ze uit Bari heb meegenomen.
De eerste dagen moet ik natuurlijk m'n verhalen kwijt. Wat heb ik veel moois gezien, en wat waren de mensen lief voor me. Ik ben bijna tot in het absurde geholpen.
Een mooi, maar ook wel een beetje een genant verhaal, is mijn aankomst in L'Aquila.
Het centrum van de stad, die in 2009 getroffen werd door een zware aardbeving, is dan wel aardig gerestaureerd, maar direct daar omheen liggen nog veel wegen open en staan veel gebouwen in de steigers.
Het hotel had een video gestuurd om me uit te leggen hoe ik moest rijden. Met de hulp van het filmpje vond ik de parkeerplaats waar ik mijn auto kon parkeren.
Van hier af moest ik naar het hotel lopen. Maar waar was het hotel? Ik belde de receptioniste en die begon me uit te leggen hoe ik moest lopen.
Ik begreep er niks van. Werd steeds bozer en driftiger, begon steeds harder in die telefoon te schreeuwen. Op zeker moment kwam er een echtpaar naar me toe lopen. De vrouw zei: "Geef maar hier die telefoon, ik help u wel."
Terwijl ze m'n telefoontje overpakte, greep ze met haar andere hand mijn hand vast. En zo werd ik als een kind aan de hand genomen en volgden we de route die de receptioniste doorgaf.
Al vrij snel zagen we receptioniste Serena ergens boven aan een weggetje staan. Na nog even gepraat te hebben met deze allervriendelijkste mensen, ging ik met Serena mee het hotel in.
Ik zou me eigenlijk een beetje moeten schamen, maar dat doe ik helemaal niet. Ik ben blij dat er nog mensen zijn die als ze iemand kunnen helpen dat ook meteen doen.
Het was trouwens wel een apart hotel. Het had een restaurant met een wand vol vitrines waarin stukken vlees lagen uitgestald. Van 'black angus' uit Oostenrijk tot stukken vlees uit Italië, Spanje en Duitsland. Voor ieder bloederig stuk stond keurig een kaartje.
Ik eet weinig vlees maar deze avond moest ik er toch wel aan geloven. Ach voor een keer een biefstukje....
Weer thuis heb ik drie dagen spaghetti met tomatensaus en basilicum gemaakt. Zonder vlees. Heerlijk!!!


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

