WONEN IN ITALIË – Huiskamerrestaurant

Ochtendwandeling. Half negen. Gemma staat in haar voortuin de tomaten te begieten. "Goeiemorgen Emma!" Ik loop verder. Daar zie ik Elisa en Sara over de railing van de piazza hangen. "Ciao Cri" gillen ze naar beneden. Ik zwaai uitbundig.

Dan kom ik bij de afvalbakken aan. Daar staat onze gemeentesecretaris zijn auto uit te laden. Met zijn oog gaat het beter (hij had gordelroos) maar nu heeft ie kiespijn en moet ie op zijn vrije dag naar de tandarts.

Op de terugweg tref ik Laura die met een tuinslang haar tuin bespuit. Ze doet meteen de kraan dicht en we beginnen een praatje. Ze is samen met haar zus naar een concert van Vasco Rossi geweest in Ferrara.

Zo verlopen mijn wandelingen vaak. Van praatje naar praatje. Iedereen maakt contact. Tractoren met boeren erop rijden me voorbij, onderwijl zwaaiend of een vinger opstekend. Op zulke momenten besef ik, ik ben hier echt thuis.

Neemt niet weg dat ik het fijn vind als vrienden uit Nederland me komen opzoeken. En iedere keer verzuchten ze bij het opstaan hoe heerlijk stil het is en dat ze wakker zijn geworden van het gefluit van de vogels.

De kennismaking met deze paradijselijke omgeving leidt ertoe dat steeds meer Nederlanders hier een huis kopen. Sommige hoeven na de verkoop van hun woning in Nederland niet meer te werken. Anderen bouwen hier een nieuw bestaan op, meestal in de toeristische sfeer.

Één van die Nederlanders is Harry, boerenzoon uit Friesland. Samen met zijn Martine heeft hij enkele jaren geleden B&B Casavabene in Murazzano gekocht. Ik kende het van de vorige eigenaren en gisteren was ik er voor het eerst weer sinds Harry en Martine het beheren.

Was het voorheen al een waar lustoord Harry en Martine hebben de huisjes nog mooier en comfortabeler gemaakt. En had Casavabene al een prachtige tuin, nu zijn er nog meer mooie hoekjes en zitjes, een prachtig zwembad, eigenlijk hoef je de deur niet meer uit.

Ze hadden me uitgenodigd met hen en hun gasten mee uit eten te gaan bij een huiskamerrestaurant. Harry had er al eens over verteld en ik was erg nieuwsgierig.

Ene Silvana uit Igliano organiseert eens in de zoveel tijd etentjes bij haar thuis voor groepen. En aangezien ze een geweldige kok is, nemen Harrie en Martine hun gasten regelmatig mee naar Silvana en gisteren mocht ik dus ook mee.

Haar huis staat in het mooie dorp Igliano, piepklein maar wel met wortels die teruggaan tot de Romeinse tijd. De woning van Silvana is prettig traditioneel ingericht. Bij binnenkomst was een lange tafel al gedekt. Silvana is een vriendelijke, charmante vrouw.

En zo zaten we met zeven Hollanders bij Silvana aan tafel. We kenden elkaar totaal niet en wisten ook niks van elkaars beroepen. De joviale slager Wiebe, zijn vrouw Jellie, zij manager bij een worstenfabriek, Piet jarenlang actief op de bloemenveiling van Aalsmeer, zijn vrouw doktersassistente en dan Harry en Martine succesvolle ondernemers.

Er was dus gespreksstof genoeg. Ieder vertelde over zijn werk. Soms leidde dat tot hilarische reacties, of koude rillingen, zeker bij de verhalen over een slachthuis.

Tussendoor was Silvana bezig in haar keuken en kwam ze om de zoveel tijd met armen vol borden de kamer in, waarop de lekkerste gerechten lagen uitgestald. Gefrituurde visjes, een verrukkelijke pesto, om maar wat te noemen en natuurlijk alles vergezeld van witte of rode wijn.

We hadden een heerlijke avond. Het gezelschap was in elkaar geïnteresseerd. Er werd veel gelachen, ook dankzij de joviale Wiebe die als een echte grapjas uit de hoek kon komen. De wijn deed ook z'n werk. Gelukkig was Harry de Bob.

Na afloop vroeg Silvana me of ik een keer koffie bij haar kwam drinken, als ik in de buurt was. Ben ik ook zeker van plan. Maar wat ik ook zeker van plan ben, is snel opnieuw een avond bij haar te gaan eten!

  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.