WONEN IN ITALIË – Familielid overleden
De week begon raar. De man van mijn nichtje overleed. Ik had hem in december, in Nederland, nog gesproken. Hij wist toen al dat hij niet lang meer had en hij sprak er in alle rust over.
Ik was toen zo van plan om naar zijn begrafenis te gaan. Maar nu, zes weken later, herstellende van een zware verkoudheid en met veel sneeuwval in het vooruitzicht, zie ik er erg tegenop om die reis te gaan maken.
Ook mijn zusje, die in Frankrijk woont, heeft besloten niet naar de begrafenis te gaan. Haar dochter gaat nu, namens ons. Dit vind ik nu echt een groot nadeel van het wonen op afstand van je familie.
Wat, als iemand van mijn familie of van mijn vriendenkring ernstig ziek wordt? Misschien wordt het tijd om toch maar eens te gaan denken over een pied-a-terre in Nederland.
Verder stond de week in het teken van de sneeuw. Het is een enorm voordeel dat je tegenwoordig op je mobieltje kunt zien wanneer die gaat vallen.
Dus reed ik dinsdagmorgen nog vrolijk rond in de Susuki van het Rode Kruis met een koffer vol bloed- en urine-monsters. De ziekenhuisapotheek gaf mij een grote doos met medicijnen terug die ik bij de ASL (soort GGD) moest afgeven.
Normaal gesproken ben ik in drie uurtjes klaar en ik doe iets nuttigs. Het is ook altijd wel grappig om te constateren dat ik in die Rode Kruis-auto overal voorrang krijg, en de politie bij controles alleen even aan de pet tikt om me te groeten.
Woensdagochtend was het dan zover: de sneeuw was gevallen en niet zo'n beetje ook. Buurman Valter, die ik ervan verdenk dat ie het heerlijk vindt die sneeuw, klom op z'n sneeuwblazer en reed vrolijk, sneeuw rondspuitend, met het ding door de straat. Ik maakte dat ik weg kwam.
Manuel had, zoals altijd, de wegen al 's morgens vroeg schoongeveegd met de gemeentelijke sneeuwschuiver. Mijn auto stond dicht tegen m'n huis aan, een grote witte bult. Ik moest hem uitgraven. Dus toch maar weer naar buiten met de sneeuwschep en aan het werk!
Zoals zo vaak na een dag neerslag stond de volgende dag de zon alweer aan een strakblauwe hemel. Na de sneeuw met z'n ongemakken besloot ik gistermiddag naar Ceva te gaan om gezellig wat te winkelen.
Op zeker moment was ik in een winkel met fijn ondergoed, pyama's en andere intieme kleding. Ik laat even in het midden wat ik er ging kopen. Opeens zei de verkoopster: "Morgen komt de prins. Ik hoop niet dat we een plee-figuur slaan."
Ik had er inderdaad iets over gelezen. Ceva krijgt een prins op bezoek. Prins Albert van Monaco loopt hier vandaag zomaar in het wild rond. "Hij is verwant met de adellijke familie Zoagli" lispelde het meisje samenzweerderig terwijl ze zich verder naar me toe boog. "Die komt hij opzoeken. Je zult zien, er is geen kip om hem te verwelkomen," zuchtte ze.
Nou misschien vindt ie dat wel fijn, opperde ik. Gewoon op familie-bezoek zonder gedoe. Maar er schijnt hem toch een officiële ontvangst te wachten te staan.
Na het paddestoelenfestival en het bierfeest laat het gemeentebestuur zich dit flardje glamour niet ontglippen. Ìk zal er in ieder geval niet bij zijn.


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

