WONEN IN ITALIË – De ideale gastheer

Ik ben op vakantie in eigen land, zou je kunnen zeggen. Ik ben in Italië immers 'residente'. Woensdag kwam vriendin Marianne aan in Genua en donderdag reden we naar de Marche.

Ik had voor de eerste zes dagen een hotel besproken als standplaats voor onze uitstapjes. Het was een hotel waar ik ooit, dertig jaar geleden, was geweest. Het lag in een park op een heuvel boven het stadje Amandola.Toen ik in juni belde, vroeg ik of ik met Oreste, de zoon van de oude eigenaar, sprak.

Hij was het inderdaad. "Ik ben nu wel helemaal grijs" zei hij door de telefoon. Toen ik vroeg of hij twee kamers voor ons had, antwoordde hij: "Mevrouw! De aardbeving van 2016 heeft ons hele leven hier op z'n kop gezet. Het hotel is ingestort. In een villa ernaast hebben we nu vijf hotelkamers ingericht." Ik reserveerde twee kamers half pension.

Vrijdag kwamen we aan. Ik reed de auto door een groot smeedijzeren hek dat naar de ingang van de villa leidde. Daar kwam Oreste al aanlopen. De jongeman van weleer was nu een lange slanke vijftiger met een bos grijs haar. Hij grinnikte een beetje verlegen maar had tegelijkertijd ook iets ondeugends in zijn manier van doen.

Hij vroeg ons meteen of we zin hadden in een glas wijn en nam ons mee de mooie villa in. Hij vertelde dat het park met het hotel en de villa ooit van ene baronesse Ferreri was geweest. Zijn vader werkte bij haar. Toen ze kinderloos overleed, bleek ze haar hele bezit aan de vader van Oreste nagelaten te hebben. Hij vertelde ons dit allemaal tijdens een rondleiding door het huis dat inderdaad een nobele uitstraling heeft. Overal prachtig beschilderde plafonds, glanzend parket, boven stond zelfs een vleugel.

Ik koos een kamer met grote ramen, die een fantastisch uitzicht heeft over Amandola en de Sibillijnse bergen. Maar eerst dronken we een glas wijn met Oreste die vertelde over z'n gezin en hoe hun leven in 2016 in 40 seconden totaal was veranderd.

Later op de middag sprak ik ook zijn vrouw Manuela, een vriendelijke verschijning, een heel stuk jonger dan haar man. Toen ze even voor iets naar binnen moest, vroeg ze me, alsof ze me al jaren kende, of ik even op Federico van 2-en-een-half kon passen. Zijn zusje van negen zag ik niet.

Oreste bleek een toegewijd gastheer en Manuela een bekwame kokkin. Die eerste middag verdween Oreste niet eerder naar zijn gezin voordat hij uitgebreid met ons het avondmenu had doorgesproken.

's Avonds aten we in, wat denk ik vroeger de eetkamer van de barones was. Balkondeuren stonden open. De tafel was stijlvol gedekt met wit linnen en een klassiek engels servies.

Oreste verscheen alweer rap aan onze tafel. Hij liet een paar flessen wijn zien waaruit we konden kiezen. En wat waren onze plannen voor de komende dagen? Hij bleek een wandelend reisbureau en stortte een waterval aan tips over ons uit. Af en toe verdween hij naar de keuken en kwam wat schutterig de kamer binnenlopen met een schaal pasta of ander gerecht in z'n handen. Gelukkig liet hij ons wel rustig eten.

Die eerste avond waren we de enige gasten. De volgende ochtend werden we verrast met zelfgebakken vruchtentaart en andere zoetigheden, allemaal creaties van Manuela. Italianen hielden nou eenmaal van een zoet ontbijt, verklaarde Oreste maar hij bakte ook met liefde even een omeletje voor ons of wilden we misschien een gekookt eitje?

De attenties hielden niet op. Toen ik op een ochtend, nadat we weer de grootste deel van de zoetigheden hadden laten liggen, tegen Oreste zei: "Oreste, zeg tegen je vrouw dat we het echt heel lekker vinden, maar dat het veel te veel voor ons is, antwoordde hij: "O maar dat geeft niet, want wat er overblijft, eet ik op". Hij lachte hartelijk, de schurk.

De gewoonte om iedere dag het avondeten met ons te bespreken, hield hij erin. "Wat denken jullie voor vanavond van maccheroncini met een saus van peperoni, paccheri tomaten en ui?" Hij smakte nog net niet met zijn lippen maar keek ons met twinkelende ogen vol verwachting aan.

De derde avond at er nog een echtpaar met hun volwassen dochter mee. Er zoemde alleen een knoeperd van een wesp door de kamer. We hielden het beest angstvallig in de gaten. Oreste keek het een tijdje aan, verdween even en kwam terug met een stofzuiger. Zo één die uit 1 poot bestaat waarmee je kunt zuigen. Hij stak de stekker in het stopcontact en begon met de stofzuiger die hij als de loop van een geweer naar boven richtte, zijn jacht op de wesp. Hij slaagde er niet in het beest op te zuigen.

Op zeker moment stonden we met z'n allen op de gang en deed Oreste het licht in de eetkamer uit. Marianne was stoïcijns aan tafel blijven zitten. De Italianen waren bloedserieus terwijl ik moeite had niet in schaterlachen uit te barsten. Verdomd, de wesp vloog naar buiten en we konden gaan eten.

Ik zal hem missen, Oreste, als ik hier weg ben. Waar vind je een pensionhouder die 's morgens een ei voor je kookt en dit op een schoteltje gepeld en wel met olijfolie en zout ernaast op een extra bijzettafeltje bij je komt uitserveren?

Toen ik de auto vanmiddag, enigszins gaar van het de hele dag rondrijden, bij het hotel had geparkeerd, kwam Oreste daar alweer met grote stappen aanzetten. "Heb je zin in een caffé?" en hij snelde naar de keuken.

Onderweg naar het terras, kwam ik zijn moeder tegen die hier ook woont. Een gesoigneerde dame die best voor een barones zou kunnen doorgaan. Haar zoon heeft weinig adellijks. Gelukkig maar. Hij doet me eerlijk gezegd af en toe eerder denken aan Basil Fawlty uit Fawlty Towers. Al heb ik hem nog niet één keer "don't mention the war!" horen roepen.

(We betalen in Hotel Paradiso, Villa delle Rose: 65 euro per dag, per kamer, inclusief ontbijt en avondeten)



  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.