WONEN IN ITALIË – De familiewoning

Ik ben nog maar één dag terug uit Nederland en ik zit alweer op de weg. Ik heb een afspraak met mijn vriendinnen Egle en Franca om naar het buitenhuis van Franca te gaan. Dat ligt in de bergen boven het stadje Busca en dat ligt weer boven Cuneo.

Nog moe van de terugreis uit Nederland had ik er weinig zin in. Maar Franca wil me al zo lang een keer haar tweede huis laten zien dat ik de druk van beide dames niet langer kon weerstaan. Door allerlei omstandigheden kon het alleen vandaag. Vooruit dan maar. Anderhalf uur heen en anderhalf uur terug.

Franca woont met haar man in een flatgebouw in Busca waar ook Egle woont. Maar op een kwartiertje rijden daar vandaan hebben Franca en Michele een oude boerderij die al generaties in het bezit van de familie van Michele is. En in de zomermaanden wonen ze daar.

In Busca laat ik de auto bij de flat staan en rijd ik met Egle mee naar het landgoed, want dat is het wel zoals ik later deze dag zal zien. We rijden Busca uit en volgen al snel een landelijk weggetje naar boven, de bergen in. Na een poosje wijken de bossen uiteen en rijden we de binnenplaats van een boerderij op.

Het gebouw dateert uit de 18e eeuw. Het is laag en langgerekt met stallen en opslagplaatsen. Je kunt wel zien dat het al heel oud is, want hier en daar ziet het er behoorlijk vervallen uit. Het centrale deel van het huis heeft een bovenverdieping waar het woongedeelte is. We beklimmen een trap naar boven. Hier hebben Franca en haar man een eigentijds appartement gemaakt voorzien van 20e eeuwse gemakken zoals een wc en een badkamer.

Vanuit het appartement kun je naar buiten, een ruim balkon op, vanwaar je de hele omgeving kunt overzien. Rondom het huis zie ik overal paarden staan te grazen op stukken glooiend grasland. Franca en Michele blijken verwoede paardrijders.

Ook in de winter gaat Michele iedere dag naar zijn tweede huis toe om de paarden te verzorgen. Gelukkig is er ook nog een volwassen zoon die meehelpt en die Michele ook al een keer uit de sneeuw heeft moeten bevrijden. Hij was er tot aan zijn nek toe ingezakt, vertellen ze. Want in de winter ligt de sneeuw hier soms meters hoog en zie dan maar weer eens via dat bergweggetje terug naar de bewoonde wereld te komen.

We zitten op het balkon. Tot het tijdstip van de lunch krijgen we niets aangeboden. Een ontvangst met koffie zoals we in Nederland gewend zijn, is er hier niet bij. Maar je weet al - het komt goed - want de lunch is altijd overvloedig en dan begrijp je ook waarom Italianen niet kort van te voren ook nog eens koffie drinken.

Na wat te hebben gepraat, verdwijnen Franca en Michele het huis in om voorbereidingen voor het eten te treffen. Tot mijn onuitsprekelijke genoegen komt Michele even later met een blad vol wijnglazen naar buiten en schenkt ons een aperitief in.

We lunchen uitgebreid. Michele vertelt over het onderhoud van de boerderij en de landerijen eromheen. Hij is de eerste zoon in zijn familie die de boerderij heeft verlaten, ingenieur is geworden en in een stad is gaan wonen.

Maar toch heeft hij, na de dood van zijn ouders, de zorg voor de boerderij op zich genomen. In feite is het een bedrijf. Alleen al de negen paarden, prachtige slanke beesten afkomstig uit alle windstreken, zijn een fortuin waard. Als we 's middag een wandeling over het bosrijke terrein maken, zie ik tussen de bomen bijeen gebonden balen hout liggen. "Ja, dat zijn partijen hout die hier uit het bos komen" vertelt Franca, "en die verkopen we".

Het aanhouden van het ouderlijk huis is een verschijnsel dat ik hier heel veel zie. De woning wordt na de dood van de ouders in ere gehouden en verzorgd en dus niet verkocht. Vaak komen de kinderen er in de zomer bij elkaar, maar het grootste deel van het jaar woont er niemand.

Ook Egle's familie houdt het ouderlijke huis in Murazzano aan. Het wordt 2-en-een- halve week per jaar bewoond door Egles moeder van 90 en Egle en haar zus en hun kinderen. Egle somt op hoeveel dat huis hen jaarlijks kost: gemeentelijke afvalkosten, verwarming, tuinman, onderhoud, schoonmaak. "Maar waarom verkopen jullie het dan niet?" vraag ik schijnbaar argeloos.

"Verkopen...??" reageert Egle vol afschuw. "Het huis waarin wij zijn opgegroeid, waar mijn vader is overleden, waar onze hele familiegeschiedenis ligt?" Onbespreekbaar. Ik vertel dat in Nederland het ouderlijk huis, indien eigendom, meestal verkocht wordt, als de ouders zijn overleden. "Nederlanders zijn 'furbi'" zegt Egle oftewel 'goochemerds'.

Naast mij in Mombarcaro woont Carlo Prato. Hij is in de zeventig. Zijn ouders zijn al jaren dood. Maar iedere dag gaat ie naar zijn ouderlijk huis hier vlakbij. Er woont al jaren niemand meer. Maar hij verzorgt dagelijks het huis en de tuin en gaat dan weer terug naar zijn vrouw in hun eigen huis. Als Nederlander kun je daar met je verstand niet bij. Maar toch heeft het ontegenzeggelijk ook iets moois.



  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.