WONEN IN ITALIË – Carnavalsfeest

Er komt een flink pak sneeuw aan. Vanaf zondag. Op maandag geeft de weersverwachting op mijn telefoontje zelfs drie sneeuwvlokken aan.

Daarom heb ik besloten in plaats van zondag al zaterdag naar Nederland te vertrekken. Ik heb ooit eens op weg naar Nederland vanaf Ivrea in konvooi achter een sneeuwschuiver aan moeten rijden, dat wil ik niet nog een keer meemaken.

De acht weken die zijn verstreken sinds ik op 3 januari uit Nederland terugkwam, zijn omgevlogen. Met etentjes, tripjes naar steden en naar de kust, tentoonstellingen, vrijwilligerswerk, wandelingen, boeken lezen voor de kachel en met het dagelijkse dorpsleven.

Het carnavalsfeest van afgelopen zaterdag was wat mij betreft weer een hoogtepunt. Waarom was het nou zo leuk? Want kneuteriger en oubolliger in een kale zaal met bejaarde muzikanten kun je het je haast niet voorstellen.

Het waren de mensen die de sfeer maakten. Velen hadden zich verkleed, soms ook spectaculair, zoals Tiziano uit Poggio die in Sneeuwwitje was veranderd. Er heerste een familiegevoel, men kent elkaar en had zin in een feestje. En dat het weer kon na drie jaar pandemie!

Grazia wilde al om zes uur vertrekken, zo bang was ze dat ze geen grote tafel voor haar familie zou kunnen bezetten. Er kon namelijk niet gereserveerd worden.

Toen we binnenkwamen, waren de voorbereidingen nog in volle gang. In de hal zat een kabouter flessen rode wijn uit dozen te halen. De meisjes Gaia en Matilda, de één als poes en de ander als prinsesje verkleed, deelden broodmandjes uit. Lange tafels vulden de ruimte, mooi gedekt, na zevenen begon het te lopen.

De dochter van Grazia kwam met haar vrienden en hun kinderen binnen en uiteindelijk kwam alles goed en zaten we allemaal bij elkaar aan een lange tafel.

Ook de nieuwe dorpsgenoten, meest Nederlanders en Duitsers, waren voor het eerst goed vertegenwoordigd. Allemaal verkleed, de Nederlandse jongetjes Mesam en Pasja renden, de één als indiaan en de ander als Batman, met hun Italiaanse leeftijdgenoten, uitgelaten door de zaal.

Het eten was heerlijk. Net als met het aardappelfeest is het altijd weer dezelfde groep vrouwen uit het dorp die een compleet diner in elkaar draait. Ook de bediening verliep vlot. Wat organiseren ze dat toch altijd goed in Mombarcaro!

Vervolgens begon het bandje op het toneel te spelen. Twee oudere mannen, één met een accordeon, de ander met een gitaar en er stond ook nog een drumstel.

Maar het maakte niet uit. Er hoefde maar een beetje ritme in te zitten of de eersten begonnen al te dansen. Binnen de kortste tijd stonden alle tafels en stoelen aan de kant en hoste iedereen er vrolijk op los.

Ik leefde me ook uit en op zeker moment wervelde ik zowaar met een heer op een ouderwets boerendansmuziekje de zaal rond.

Voor de kinderen is altijd het hoogtepunt van het feest als ze de zakken coriandoli open mogen maken en elkaar en ons ermee mogen bekogelen. Coriandoli zijn gekleurde papieren rondjes, meer een soort glitters, die je tot ver na Pasen in je huis aantreft, omdat ze uit je kleren en uit je haar blijven vallen.

Maar nu dus eerst weer twee weken naar Nederland, naar mijn moeder. De wasmachine draait, de koffer staat al klaar. Over twee weken weer terug en hopelijk begint dan de lente!



  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.