WONEN IN ITALIË – Bari
Mijn entree in Bari was een drama. Ik moest mijn auto in een parkeergarage parkeren en ik reed de verkeerde inrit in. Het was de inrit voor de mensen met een vaste plek in de garage. Ik moest dus achteruit rijden om alsnog de goede inrit in te kunnen rijden.
Maar ondertussen stonden er auto's achter me die ook allemaal achteruit moesten rijden om mij de ruimte te geven. Achteruit rijdend reden ze de drukke doorgaande weg op en zo ontstond ook daar chaos.
Uiteindelijk lukte het me toch de auto te parkeren en meldde ik me bij de receptie van het hotel. Nu deed zich een ander probleem voor. De lift. Die lift heeft de grootte van een ruime doodskist.
Claustrofobisch als ik ben, dacht ik: dan ga ik wel met de trap.
Maar via de trap kan ik wel vanaf de 4e verdieping, waar mijn kamer is, naar beneden maar niet naar boven, omdat de deur op de 3e verdieping aan één kant is geblokkeerd.
Ik krijg nu iedere keer als ik naar boven wil, een escorte mee. Dat maakt de lift niet groter, integendeel, maar maakt me wel rustiger. Het personeel is aardig en begripvol. De receptioniste vertelde me dat haar zoon juist niet tegen te gróte ruimtes kan.
De kamer is keurig, verder is hotel Costa, een vervallen boeltje. Geen ontbijt dus vanochtend, op weg naar de oude stad 'colazione' op één van de terrassen.
Bij het afrekenen stond er opeens een hele zielige jongen bij me, die om een espresso vroeg. Ik vroeg of ie er ook iets bij wilde eten. Nou dat wilde hij wel. Hij koos een groot stuk gebak.
Een half uur later zat ik op een ander terras voor m'n tweede cappuccino, kwam hij daar ook weer het terras op. Toen hij mij zag, schrok hij en maakte hij dat hij weg kwam. Volgens de serveerster was dit zijn dagbesteding.
Ik wandelde op m'n gemak verder naar het 'centro storico' toen ik een man prachtig saxofoon hoorde spelen. Ik bleef even luisteren en gooide een euro in z'n openstaande koffer. Toen kwam er een kennis van hem aan, die iets tegen hem zei.
Hij zei iets terug, waarbij hij het mondstuk van zijn instrument uit zijn mond nam en....wat bleek....de mooie saxofoon-muziek bleef gewoon doorspelen. Voor de tweede keer deze ochtend gefopt.
Nu even iets over de stad. Ik kwam Bari gisteren vanuit het zuiden binnen. De oude stad ligt als een 5-hoekige ruit aan zee. Daaromheen heeft de gemeente zich ontwikkeld tot een dynamische handelstad met een rechthoekig stratenplan.
Terwijl ik naar het centrum reed, viel het me op hoeveel mooie moderne flatgebouwen er staan. Prachtig ontworpen constructies, allen verschillend van vorm en van kleur en velen met balkons vol bomen en struiken.
De oude stad heeft een heel eigen sfeer. Eeuwenoude huizen en kerken langs een kruipdoor/sluipdoor van steegjes en kronkelende straten. Gelukkig wonen er nog veel 'baresi'. Overal hangt wasgoed aan de balkons.
De bewoners zitten voor hun huis. Oudere vrouwen laten de deur open staan en maken voor iedereen zichtbaar in hun keuken 'orecchiette' (pasta in de vorm van een oortje). Die verkopen ze op de stoep voor hun deur. Ik heb ook een zak gekocht.
De toeristenstroom is verschrikkelijk. De hele tijd zie ik groepen voorbij komen die achter een juffrouw met een vlaggetje aanlopen. Sjok, sjok, het ziet er niet echt inspirerend uit.
Hoofd-attractie is de kerk van de heilige Nicolaas, jazeker onze Sinterklaas ligt hier begraven. Hij blijkt vooral in de orthodoxe kerk zeer vereerd te worden.
Toen ik de crypte in ging om zijn graf te zien, was er haast geen doorkomen aan. Meest Poolse gelovigen verdrongen zich voor het hek, waar het graf achter ligt. Vrouwen met hoofddoeken op lagen er op hun knieën.
Mààr...in Bari is iedereen welkom. Er bestaat een spreekwoord over Bari dat zegt: niemand is hier een vreemdeling. Iedereen hoort erbij. Dat maakt de stad nog extra aantrekkelijk.


Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.

